Extern geld in de advocatuur. Welke advocatuur?
In dit artikel:
Marijn Rooijmans zet vraagtekens bij de handelswijze van het publieke debat over externe financiering in de advocatuur naar aanleiding van het recente WODC‑rapport "Moderne Praktijk Structuren voor Advocaten" en berichtgeving in het FD. Hij erkent het kernprobleem dat het onderzoek aankaart: mensen met lage en middeninkomens vinden steeds minder gemakkelijk betaalbare juridische hulp. Maar hij twijfelt of het openstellen van eigendom voor niet‑advocaten dat probleem daadwerkelijk oplost.
Rooijmans breekt de Nederlandse markt op in ten minste drie segmenten: sociale rechtshulpkantoren, die kampen met structureel te weinig capaciteit en middelen; middelgrote kantoren, die worstelen met opvolging en investeringen in technologie; en grote commerciële topkantoren, die financieel al goed af zijn. Externe investeerders zullen vooral geïnteresseerd zijn in de grotere spelers, maar partners daar zijn vaak autonoom en goedverdienend, en zullen niet snel kapitaal inruilen voor verminderde zeggenschap. Bij middelgrote kantoren ligt er wel een potentiële rol voor financiers — bijvoorbeeld om schaalvoordelen te realiseren — maar succes is onzeker omdat veel waarde bij individuele seniore advocaten en hun relaties ligt; vertrek na een earn‑out kan de zaak ondermijnen.
Zelfs als investeringen operationele efficiëntie opleveren, betwijfelt Rooijmans of dat automatisch leidt tot lagere tarieven voor cliënten. Hij plaatst ook vraagtekens bij de veronderstelling dat externe investeerders per definitie slechter zijn voor cliënten: internationaal en in experimenten zoals BrandMR is er volgens hem geen sluitend bewijs dat niet‑advocaat‑eigendom nadelige consequenties heeft. Bovendien wordt in Nederland gewerkt aan een Onafhankelijke Toezichthouder Advocatuur (OTA) naar het voorbeeld van de Engelse SRA, wat veel beroeps‑ en publiekrechtelijke bezwaren rond externe deelname zou kunnen opvangen.
Rooijmans’ centrale stelling is dat het gesprek over eigendom te veel de contouren van de advocatuur als homogeen geheel veronderstelt. Het echte probleem is toegankelijkheid en financiering van rechtsbijstand; huidige eigendomsregels beschermen vooral de beroepsgroep zelf en niet per se de cliënt. Zonder structurele oplossingen voor financiering en capaciteit blijft juridische bijstand voor velen onbereikbaar.