(Ex-)patroon & pupil: 'We zijn allebei selfmade'
In dit artikel:
Martha Ande is recent partner bij Franssen Advocaten in Amsterdam, het kantoor dat werd opgericht door haar voormalige patroon Peggy Franssen. Het kantoor richt zich op internationaal familierecht en immigratierecht en bedient expats en andere internationals uit landen als de VS, Brazilië, Groot-Brittannië, India en Oekraïne. Veel zaken gaan over vechtscheidingen, gezagskwesties en de wisselwerking tussen echtscheiding en verblijfsrechten.
Beide advocaten brengen eigen levensverhalen en kwaliteiten in de praktijk. Ande, geboren in Leeuwarden uit Eritrese ouders die eind jaren tachtig naar Nederland vluchtten, begon in 2021 als juridisch secretaresse/paralegal bij het kantoor en doorliep daarna de advocatenstage. Haar migratieachtergrond helpt haar makkelijk aansluiting te vinden bij cliënten met uiteenlopende culturen; ze bouwt snel vertrouwen op en fungeert vaak als brug tussen verschillende belevingswerelden. Peggy Franssen, afkomstig uit Limburg en sinds 2013 zelfstandig met haar kantoor, heeft meer dan twintig jaar ervaring in het vak; zij begon in 1999 en leerde onder meer van Hans Jager dat bondig schrijven en overzicht cruciaal zijn.
Concrete casussen illustreren hun werk en impact. Franssen voerde jarenlang een procedure voor een Oekraïense cliënte die vocht om een voorhuwelijks gekocht huis; uiteindelijk kreeg de vrouw haar deel en bedankte ze de advocaat uitvoerig. Ande sleepte via een voorlopige voorziening omgangsrecht af voor een Eritrees-Nederlandse cliënt die acht maanden van zijn kinderen was verstoten. Zulke uitkomsten maken zichtbaar dat advocatuur bij dit kantoor niet alleen om juridische techniek draait, maar ook om het herstel van levenskwaliteit voor cliënten.
De mentorrelatie tussen Peggy en Martha is kenmerkend: Franssen liet Ande snel “in het diepe” springen, maar bleef beschikbaar voor vragen en begeleiding tijdens zittingen en dossieropbouw. Haar nadruk ligt op structuur, planning en het strikt bewaken van termijnen — essentieel wanneer je als partner honderden dossiers tegelijk moet beheren. Ande daarentegen brengt enthousiasme, durf en empathie: zij zegt sneller “laten we het doen” en is minder terughoudend in het aannemen van zaken. Tegelijk werkt ze eraan gestructureerder te worden en rustiger te opereren.
Beide vrouwen erkennen de emotionele zwaarte van familierecht: waar immigratieprocedures vaak procedureel zijn, confronteren scheidingen en vechtscheidingen advocaten met heftige emoties en langdurige betrokkenheid. Om niet door cliëntenleed opgebrand te raken, zoekt Franssen herstel in sport, wandelen, yoga en af en toe vrije dagen; Ande is recent begonnen met een personal trainer om beter voor zichzelf te zorgen.
Toekomstplannen omvatten verdere specialisatie: Ande wil via de vFAS de opleiding Internationaal Privaatrecht doen en uitgroeien tot specialist in internationale echtscheidingen. Het kantoor blijft klein; nu beiden partner zijn, hopen ze eventueel uit te breiden, maar de komende periode staat in het teken van het versterken van de praktijk.
Persoonlijk is de werkrelatie geëvolueerd naar vriendschap en gelijkwaardigheid: waar vroeger hiërarchie bestond tussen patroon en pupil, delen ze nu zowel werk- als privézaken openlijk. Hun samenwerking combineert Peggy’s scherpte en structuur met Martha’s culturele sensitiviteit en doorzettingsvermogen — een mix die het kantoor sterk maakt in de internationale familierechtpraktijk.