Ex-partner erft niet na beëindiging van de samenleving
In dit artikel:
Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch oordeelde op 23 juli 2026 dat een vrouw haar erfrechtelijke aanspraken verloor nadat de relatie met haar ongehuwde partner feitelijk was beëindigd. De partners hadden in 2008 een notariële samenlevingsovereenkomst gesloten. In het testament van de man waren zijn partner en twee kinderen ieder voor een derde als erfgenaam aangewezen. De vrouw was daarnaast benoemd tot executeur en afwikkelingsbewindvoerder.
In het testament stond echter een vervalbeding. De bepalingen ten gunste van de partner zouden vervallen als de man ongehuwd zou overlijden terwijl de samenleving al was beëindigd. Volgens het hof was dat het geval: de partners woonden niet meer samen, hadden hun omgeving verteld dat de relatie voorbij was en hadden voorbereidingen getroffen voor de verkoop van hun woning en onderneming. Dat de samenlevingsovereenkomst formeel nog niet was beëindigd, maakte daarbij niet uit. Bij de uitleg van het testament keek het hof op grond van artikel 4:46 BW naar de bedoeling van de erflater en de omstandigheden.
De kort voor het overlijden uitgesproken wens van de man om de relatie mogelijk te herstellen, veranderde dit oordeel niet, omdat de vrouw daar niet mee instemde en de relatie al feitelijk was beëindigd. Het hof bekrachtigde daarom de eerdere uitspraak: de vrouw was geen erfgenaam meer en kon ook niet als executeur of afwikkelingsbewindvoerder optreden. De zaak onderstreept dat bij samenwoners de precieze testamenttekst bepalend is en dat een feitelijke relatiebreuk al gevolgen kan hebben, ook wanneer de samenlevingsovereenkomst nog niet formeel is opgezegd.
Vandaag Inside: 'Ik begrijp niet dat de VVD zich niet krachtiger opstelt tegen ondernemers in de grensstreek'