Escalatie bij bestuurlijke impasse: kort geding of enquêteprocedure?

zaterdag, 31 januari 2026 (01:58) - Recht.nl

In dit artikel:

Bestuurders en aandeelhouders in samenwerkingsverbanden met een 50/50-verdeling lopen gemakkelijk vast: bij gelijk stemgewicht en gezamenlijke bevoegdheid kan een meningsverschil leiden tot onbestuurbaarheid. In zulke gevallen biedt het Nederlandse recht twee belangrijkste routes om de impasse te doorbreken: een kort geding voor snel voorlopige voorzieningen, of een enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer voor een diepgaander onderzoek en beslissingen over bestuur en beleid.

Een kort geding is geschikt wanneer spoedige, tijdelijk ingrijpen nodig is (bijvoorbeeld het loten van beslissingsbevoegdheid, verboden van bepaalde handelingen of aanstelling van een voorlopig bestuurder). Het is relatief snel maar levert meestal geen definitieve oplossing voor structurele bestuursproblemen. De enquêteprocedure is formeler en trager maar biedt de Ondernemingskamer de bevoegdheid om uitgebreid onderzoek te doen, bestuurders te beoordelen en bindende maatregelen te treffen (zoals het ontslag van bestuurders, aanwijzing van commissarissen of zelfs ontbinding). Die procedure vereist zwaarder bewijs en leidt vaker tot duurzame hervorming van de governance.

Welke route het meest passend is, hangt af van de aard en urgentie van het conflict: kies een kort geding bij acute bedreiging van de continuïteit; kies een enquête bij systemische wanpraktijken of als men structurele wijzigingen in bestuur en toezicht nastreeft. Bij het maken van die keuze spelen ook kosten, tijd, bewijsvereisten en het gewenste eindresultaat een rol. In 50/50-situaties verdient het de voorkeur om vooraf governance‑mechanismen (beslissingsprotocollen, geschilbeslechtingclausules, externe arbiter) op te nemen om toekomstige blokkades te voorkomen.