Eindelijk prejudiciële vragen over opbouw vakantiedagen na 2 jaar ziekte
In dit artikel:
De kantonrechter in Rotterdam overweegt de Hoge Raad om helderheid te vragen over de vraag of een arbeidsongeschikte werknemer tijdens een slapend dienstverband vakantiedagen opbouwt tegen loonwaarde — een kwestie die afwijkt van wat artikel 7:634 lid 1 BW zou voorschrijven. Dit voornemen komt na bijna twee jaar van tegenstrijdige uitspraken door verschillende rechters, waardoor onduidelijkheid bestaat over de rechtspositie van zieke werknemers en de financiële verplichtingen van werkgevers. Een slapend dienstverband houdt in dat het contract formeel voortduurt terwijl de werknemer wegens langdurige ziekte niet werkt. Met een prejudiciële vraag wil de kantonrechter een eenduidige, verbindende interpretatie van de wet afdwingen; het antwoord van de Hoge Raad zal bepalen of werkgevers vakantiedagen en -loon moeten blijven berekenen en uitbetalen volgens de loonwaarde of dat de bestaande wettelijke maatstaf blijft gelden. De uitkomst kan verstrekkende gevolgen hebben voor dossiers met langdurig zieke werknemers en voor de praktijk van ontslag, re-integratie en financiële afwikkeling tussen partijen.