EHRM: geen schending mensenrechten bij toestaan olieboringen in poolgebied
In dit artikel:
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) oordeelde op 28 oktober 2025 unaniem dat Noorwegen door het toestaan van onderzoek naar nieuwe olie- en gasvelden in het noordpoolgebied niet heeft gehandeld in strijd met artikel 8 EVRM (recht op respect voor privé- en gezinsleven). De zaak was aangespannen door Greenpeace Nordic en Young Friends of the Earth Norway nadat het Noorse ministerie van Energie en Petroleum op 10 juni 2016 tien exploratievergunningen aan 13 bedrijven had toegekend en een rechterlijke toetsing van die beslissing niet in hun voordeel was uitgevallen.
Het Hof besprak vooral de procedurele verplichting van de staat om personen effectief te beschermen tegen ernstige nadelige gevolgen van klimaatverandering. Het stelde dat besluiten over milieu en klimaat een adequate, tijdige en grondige milieueffectbeoordeling vereisen, in goed vertrouwen en op basis van de best beschikbare wetenschap. Hoewel de voorafgaande processen rond de beslissing van 2016 niet volledig uitgebreid waren en de beoordeling van klimaateffecten werd uitgesteld, vond het Hof geen bewijs dat het uitstellen op zichzelf onvoldoende garanties bood voor artikel 8. Klachten van individuele eisers onder artikel 8 en alle klachten onder artikel 13 en 14 in samenhang met artikel 8 verklaarde het Hof niet-ontvankelijk.
Greenpeace reageerde dat de uitspraak bevestigt dat een volledige milieueffectbeoordeling noodzakelijk is en verwacht dat Noorwegen bij nieuwe olie- en gasprojecten ook de uitstoot door verbranding meeneemt, ongeacht waar die emissies plaatsvinden; het nalaten daarvan zou volgens de organisatie een schending van mensenrechten zijn. De uitspraak benadrukt daarmee vooral de procedurele normen voor staten in klimaatzaken, zonder een algemeen verbod op nieuwe exploratie af te kondigen.