De weg van de jongste leeftijd

woensdag, 6 mei 2026 (11:44) - Nederlands Juristenblad

In dit artikel:

In 2022 ontdekte Meta-topman Mark Zuckerberg op Snapchat materiaal dat hij schokkend en ongeschikt voor jongeren vond; hij waarschuwde zijn medewerkers en suggereerde intern dat bewijs van zulke content bewaard moest worden voor het geval Instagram of Facebook onder vuur zouden komen. Die interne bezorgdheid past in een groter beeld: de Europese Commissie concludeerde op 29 april 2026 in een voorlopig besluit dat Meta onvoldoende doet om kinderen onder dertien de toegang tot haar platforms te ontzeggen en haar eigen gebruiksregels niet afdoende handhaaft. Daarmee loopt Meta het risico de Digital Services Act te schenden; de Commissie onderzoekt het bedrijf als onderdeel van bredere handhavingsacties.

Wetenschappelijke studies en voorbeelden uit rechtszaken illustreren waarom de Commissie alarm slaat. Jongeren beginnen vaak op platforms als Snapchat en YouTube, gaan via TikTok en belanden uiteindelijk op Instagram en Facebook, waar algoritmes, eindeloos scrollen, automatische video’s en filters gebruikers aanzetten tot langdurig gebruik. Interne Meta-documenten tonen dat medewerkers zich bewust waren van die verslavingsmechanieken en de schadelijke effecten voor jongeren. In de VS leidt dit inmiddels tot rechtszaken: een jonge vrouw uit Los Angeles klaagde Meta en Google aan wegens ernstige psychische klachten die volgens haar verband houden met jarenlang intensief gebruik van sociale media vanaf zeer jonge leeftijd.

Landen reageren verschillend op het risico voor kinderen. Australië verbood jongeren onder zestien jaar het gebruik van bepaalde diensten en meerdere landen — waaronder Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, België, Nederland, Indonesië en Maleisië — overwegen of voeren soortgelijke leeftijdsgrenzen in. De Digital Services Act zelf bepaalt geen harde leeftijdsgrens, maar eist dat grote platforms maatregelen treffen om risico’s voor jongeren te beperken. Lidstaten moeten uiterlijk 30 juni 2026 een plan indienen bij de Commissie om leeftijdsverificatie te realiseren.

Leeftijdscontrole op internet is technisch en politiek ingewikkeld. Sommige voorstellen werken met biometrische controles, zoals gezichtsherkenning bij registratie, maar die oplossingen roepen ernstige privacyzorgen op: grootschalige opslag van gevoelige gegevens vormt op zichzelf risico’s. De Commissie bood een open-source verificatie-app aan zodat lidstaten die vrij kunnen gebruiken, maar die app bleek kort na publicatie te zijn te hacken, wat de kwetsbaarheid van zulke systemen illustreert.

De discussie vraagt om een afweging tussen kinderbescherming en digitaal grondrecht. Leeftijdsverificatie kan bescherming bieden, maar brengt inlevering van privacy en mogelijke functie-uitbreiding naar een algemeen ‘internetpaspoort’ met zich mee — een ontwikkeling die kritische waarnemers vrezen, mede gevoed door weerstand rond buitenlandse betrokkenheid bij digitale identificatiesystemen. Veel deskundigen wijzen erop dat leeftijdsgrenzen slechts deels het probleem oplossen: de kern is dat platforms producten ontwerpen die bedoeld zijn om gebruikers verslaafd te maken voor commerciële opbrengst.

De conclusie van het artikel is een oproep aan toezichthouders: beperkingen en verificatietechnieken zijn nuttig, maar uiteindelijk is aanpak van de verslavende ontwerpkeuzes van big tech nodig om kinderen echt te beschermen.