De Passie van Maurice van Valen: de opwinding van kunst
In dit artikel:
Maurice van Valen is advocaat en bevlogen kunstverzamelaar die recentelijk grote schenkingen deed aan meerdere Nederlandse musea: 63 werken aan het Stedelijk Museum, 34 stukken (onder meer van J.C.J. Vanderheyden) aan het Van Abbemuseum en een groep tekeningen aan het Teylers Museum die binnenkort worden getoond. Zijn betrokkenheid bij cultuur strekt verder dan verzamelen; hij organiseert bij huis exposities via het platform April in Paris (vernoemd naar zijn allereerste aankoop) en ondersteunt instellingen pro deo en als lid van toezicht- en adviesraden.
Zijn eerste aankoop deed hij op zijn vijftiende in Den Bosch: een map litho’s van Cobra-kunstenaar Corneille. Die vroege ervaring — kunst als ontsnapping en troost tijdens moeilijke thuissituaties — legde de basis voor een levenslange passie. Van Valen woonde later onder meer in New York, Dallas en Londen en ontwikkelde zich van verzamelaar tot galerist: in 2004 opende hij in Amsterdam een galerie met een dependance in Los Angeles. Hoewel hij daar spraakmakende shows realiseerde (zoals een omvangrijke expositie van L.A.-kunstenaar Eric Wesley), keerde hij toch terug naar de advocatuur omdat het galerie-bestaan hem vaak te eenzaam en minder intellectueel uitdagend bleek.
In 2015 richtte hij Heron Legal op, een kantoor in Eindhoven waarin de liefde voor kunst expliciet in het DNA verweven is. Naast fusies en overnames en andere transactiepraktijken behandelt zijn kantoor ook kunstgerelateerde zaken: nalatenschapsgeschillen, verdelingen van kunstcollecties, en conflicten tussen kunstenaars en galeries. Op zijn werkplek hangt werk uit zijn eigen collectie; dat is zowel sfeerbepalend als functioneel, want Van Valen ziet kunst als hulpmiddel bij juridisch denken. Door het leren kijken naar kunst en het ontwikkelen van nieuwsgierigheid en perspectiefwisselingen oefent hij cognitieve vaardigheden die hij inzet bij het oplossen van complexe juridische dossiers.
inhoudelijk prefereert hij tekeningen vanwege hun directheid — papier en potlood laten het handschrift van de maker het dichtst bij de kijker — maar in latere jaren kocht hij ook meer historisch werk uit circa 1880–1930. Favoriete namen zijn onder anderen Filippo de Pisis en J.C.J. Vanderheyden; met laatstgenoemde onderhield hij sinds zijn jeugd een persoonlijke band. Een voorbeeld van de diepgang die hij in kunst waardeert is een tekening van Abel Rodriguez: ogenschijnlijk naïef, maar verbonden met de Colombiaanse Nonuya-gemeenschap en een aanklacht tegen ontbossing.
Van Valen ziet kunst niet alleen als persoonlijke obsessie maar als maatschappelijke noodzaak: het zet gesprekken in gang, houdt de culturele economie draaiende en verankert werk voor een breed publiek via schenkingen. Tegenover de vergankelijkheid van veel zakelijke transacties stelt hij de duurzaamheid van kunstcollecties en de blijvende impact daarvan op musea en bezoekers.