De Civiele Kamer in (slow) motion

woensdag, 22 april 2026 (11:01) - Nederlands Juristenblad

In dit artikel:

De Civiele Kamer van de Hoge Raad verandert langzaam maar gestaag van gedaante. Belangrijkste zichtbare wijziging: taal en vorm zijn gemoderniseerd. De klassieke lange “Overwegende dat…”-constructies maken steeds vaker plaats voor gewone zinnen, terwijl de praktijk van standaardverwerpen onder artikel 81 lid 1 RO blijft bestaan — recentelijk verduidelijkt door een vaste aanhef in zulke beslissingen waarin de Raad aangeeft dat klachten zijn beoordeeld en dat motivering niet noodzakelijk is omdat de zaak geen eenheid- of ontwikkelingsvragen van recht bevat.

Tegelijkertijd blijft de Raad terughoudend in transparantie: in tegenstelling tot het HvJEU en het EHRM publiceert hij niet wie de concepteur van een uitspraak is, of welke raadsheren voor- of tegenstemmend waren, noch maakt hij expliciet onderscheid in belang van beslissingen. Kleinere moderniseringen zijn ook doorgevoerd: aangepast spellinggebruik (bijv. verwijzingsstijl NJ), sinds juni 2019 voetnoten voor verwijzingen, en de mogelijkheid dat ook niet‑vicepresidenten als voorzitter van een driekoppige formatie optreden.

Op inhoudelijk niveau viel er vanaf de jaren 2000 een groeiende mate van motivering te zien: kopjes, vooropstellingen, obiter dicta, discursieve argumentatie en soms verwijzingen naar literatuur — een ontwikkeling die praktijkjuristen toejuichten vanwege de behoefte aan meer duidelijkheid (met als opvallend voorbeeld HR 1 december 2017 over immuniteit Irak). De laatste circa tien jaar lijkt die trend echter te keren: uitspraken zijn weer soberder en bondiger geworden. Mogelijke oorzaken zijn terughoudendheid uit zorg voor de scheidslijn met politiek en wetgever, kritiek op vermeende rechterlijke activisme, of meer prozaïsch: de structurele werkdruk bij de Hoge Raad.

Kortom: de Hoge Raad moderniseert en vereenvoudigt taal en vorm, wisselt tussen meer en minder uitvoerige motivering, en balanceert tussen openbaarheid, zorgvuldigheid en praktische beperkingen. Het artikel verscheen in NJB 2026/800 (afl. 15).