Concurrentiebeding na franchiseovereenkomst

maandag, 30 maart 2026 (22:58) - Recht.nl

In dit artikel:

De rechtbank in Den Haag deed een belangrijke uitspraak voor de franchisepraktijk. Een voormalig franchisenemer had zijn vestigingen aan de franchisegever verkocht en daarna als opdrachtnemer via een managementovereenkomst binnen de formule doorgewerkt; die overeenkomst bevatte een concurrentiebeding. Nadat hij bij een directe concurrent in dienst trad, vorderde de franchisegever nakoming en een forse contractuele boete. Omdat het om een overeenkomst van opdracht ging, was arbeidsrechtelijke toetsing niet van toepassing; de beoordeling viel onder het algemene verbintenissenrecht, in het bijzonder art. 6:248 lid 2 BW (redelijkheid en billijkheid). De rechter vond het concurrentiebeding niet in standbaar in de oorspronkelijke duur en verkortte het van 36 naar 12 maanden. Hoewel de Wet franchise (art. 7:920 lid 2 BW) formeel niet gold, komt de correctie overeen met diens maximale termijn. Consequentie: rechterlijke toetsing kan contractuele beperkingen matigen op grond van redelijkheid, ook buiten het arbeidsrecht.