Conclusie AG: Psychische mishandeling niet strafbaar

donderdag, 12 maart 2026 (16:01) - Nederlands Juristenblad

In dit artikel:

In een zaak voor de Hoge Raad staat de vraag centraal of zuiver psychische mishandeling — zonder lichamelijk contact of lichamelijke gevolgen — als mishandeling kan worden bestraft op grond van artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht. Advocaat‑generaal Van Kempen concludeerde op 10 maart dat dat onder het huidige recht niet mogelijk is.

De zaak zelf betreft een moeder die ervan wordt verdacht haar zoon zowel fysiek als psychisch te hebben misbehandeld. Het gerechtshof stelde vast dat zij hem meerdere keren had geslagen en had gedreigd hem van een balkon te gooien, maar sprak haar vrij voor gedragingen als het onder een koude douche zetten, langdurig op een kruk laten zitten zonder eten en drinken, langdurig alleen achterlaten in de auto en denigrerend toespreken. Het hof vond onvoldoende bewijs dat die gedragingen aanleiding gaven tot pijn, letsel of een aantasting van de (fysieke) gezondheid zoals vereist voor een veroordeling wegens mishandeling.

De AG analyseert de wetsgeschiedenis en de vaste rechtspraak waarin mishandeling wordt gekarakteriseerd als het toebrengen van lichamelijk letsel, pijn of een sterke onaangename gewaarwording in of aan het lichaam; ook de gelijkstelling met opzettelijke benadeling van de gezondheid heeft volgens de AG primair betrekking op de lichamelijke gezondheid. Tegen die achtergrond concludeert Van Kempen dat psychische mishandeling — hoe ernstig ook — onder het bestaande artikel 300 niet zelfstandig strafbaar te maken is. Bovendien wijst hij erop dat een aankondigd wetsvoorstel om vormen van psychisch geweld afzonderlijk strafbaar te stellen maakt dat een rechterlijke uitbreiding van artikel 300 ongewenst en te vergaand zou zijn.

Kortom: volgens de AG ligt de oplossing niet in een ruime rechterlijke interpretatie maar bij wetgever. Slachtoffers van pure psychische mishandeling zullen daarom, zolang het wetsvoorstel niet is ingevoerd en de jurisprudentie ongewijzigd blijft, geen zelfstandige veroordeling onder artikel 300 kunnen verwachten; andere strafbepalingen of nieuw wetgeving zullen nodig zijn om die gedragingen effectief te bestraffen.