Column - Effectief ingrijpen bij bedrijfsschandalen en het grote belang van goed geregelde, gewaarborgde vertrouwelijkheid

woensdag, 22 april 2026 (09:26) - Advocatie.nl

In dit artikel:

Francien Rense, partner bij Greenberg Traurig in Amsterdam, waarschuwt dat vertrouwelijkheid en het professioneel verschoningsrecht cruciaal zijn bij bedrijfsschandalen, maar dat recent wetenschappelijk onderzoek daar te weinig naar kijkt. Eind vorig jaar werd een rechtsvergelijkende studie over het professioneel verschoningsrecht door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de Tweede Kamer aangeboden. De studie signaleert algemene “uitdagingen” en het spanningsveld tussen vertrouwelijkheid en effectieve opsporing, maar behandelt volgens Rense onvoldoende de specifieke problematiek rond ondernemingen als cliënt.

Rense legt uit dat bedrijven vaak veel en veelzijdige geheimhouderinformatie hebben: meerdere interne geheimhouders, gedeelde adviezen, schriftelijke analyses en soms internationale data. Bij toezicht en strafrechtelijk onderzoek worden grote hoeveelheden gegevens in beslag genomen, waardoor het zorgvuldig identificeren en afschermen van beschermde communicatie complex en kwetsbaar wordt. Daardoor ontstaan niet zozeer obstakels vanwege bewuste obstructie door bedrijven, maar door systeemtekorten en onduidelijkheid over definities, procedures en grenzen van het verschoningsrecht in zakelijke contexten.

De advocaat betreurt ook dat fouten in opsporing en vervolging zijn gemaakt en dat het huidige onderzoek die fouten en de bedrijfsrealiteit onvoldoende weerspiegelt. Dit kan leiden tot een onterechte indruk dat ondernemingen onderzoeken “tegenwerken” wanneer zij zich beroepen op vertrouwelijkheid. Rense pleit daarom voor een opvolgend, doelgericht onderzoek dat specifiek kijkt naar fraudezaken en zaken waarin bedrijven en hun leidinggevenden betrokken zijn. Zo’n onderzoek kan de concrete complexiteit in kaart brengen, belangen afwegen en praktische oplossingen voorstellen.

Ze roept op tot meer pragmatisme, maar benadrukt dat pragmatisch handelen begint met een complete en realistische blik op de praktijk. Concrete verbeteringen zouden onder meer heldere definities van beschermde communicatie, procedures voor identificatie en omgang met privilege bij grootschalige inbeslagnames, en richtlijnen voor internationale gegevensstromen kunnen omvatten. Doel is het borgen van waardevolle vertrouwelijkheid zonder de noodzakelijke samenwerking met opsporingsinstanties te ondermijnen.