Botsende uitspraken van hoogste rechters in verschillende kolommen
In dit artikel:
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het Hof Den Haag staan lijnrecht tegenover elkaar in het zogenaamde granulietdossier. In 2021 besliste de Afdeling dat granuliet als ‘grond’ kwalificeert; het Haagse gerecht oordeelde later dat dat moeilijk te verenigen is met de civiele rechtsopvatting. Die tegenstelling raakt aan wezenlijke vragen over rechtsgelijkheid: welk gewicht hebben uitspraken van de hoogste rechterlijke colleges in de verschillende rechtskolommen, en hoe moeten wet- en regelgeving op milieugebied praktisch worden gehandhaafd? Praktijkvoorbeelden spelen mee — bij de aanleg van de Saskerleidam in het Alkmaarder- en Uitgeestermeer werden bijvoorbeeld 50.000 kuub granuliet gestort — waardoor de juridische kwalificatie directe gevolgen heeft voor vergunningen, naleving en toezicht. Hans Hofhuis bespreekt deze knellende tegenstelling en de implicaties ervan in een artikel in NJB 2026/297; de zaak toont aan dat onduidelijkheid tussen bestuursrechtelijke en civiele lijn niet alleen theoretisch is, maar ook beleids- en handhavingsproblemen veroorzaakt, mogelijk vragend om cassatie, wetgevende verduidelijking of bestuurlijke aanpassing.