Bibob en evenredigheid
In dit artikel:
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een recente uitspraak voor het eerst uitgebreid stilgestaan bij de evenredigheidstoets binnen de Bibob-praktijk en hoe die zich verhoudt tot de algemene evenredigheidsnorm in de Awb (art. 3 lid 5 Wet Bibob versus art. 3:4 lid 2 Awb). De uitspraak verduidelijkt welke afwegingen bestuursorganen moeten maken voordat zij op grond van Bibob ingrijpen (bijvoorbeeld weigeren of aanvullende voorwaarden stellen) en hoe die specifieke toetsing zich verhoudt tot de bredere beginselen van behoorlijk bestuur. Voor de praktijk betekent dit meer handvatten bij het formuleren en motiveren van Bibob-besluiten en een scherpere kaders voor de rechterlijke toetsing daarvan. Gemeenten, uitvoerende diensten en belanghebbenden krijgen hierdoor meer rechtszekerheid over wanneer en in welke zwaarte maatregelen zijn toegestaan, en welke motivering daarvoor vereist is. Overall versterkt de uitspraak de concrete toepassing van proportionaliteit in het Bibob-domein en draagt zij bij aan uniformere beslissingen door overheden.