Artikel 8 EVRM geeft geen recht op specifieke klimaatmaatregelen
In dit artikel:
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in de klimatzaak Fliegenschnee recentelijk beslist dat de klachten van individuele verzoekers niet-ontvankelijk zijn omdat zij geen slachtofferstatus konden aantonen. Het Hof benadrukte dat artikel 8 EVRM (recht op privé- en gezinsleven) niet leidt tot een recht op een concrete klimaatmaatregel, zoals een verbod op fossiele brandstoffen. In zijn oordeel gebruikte het Hof de algemene richtlijnen die het eerder vastlegde in het KlimaSeniorinnen-arrest om klimaatklachten onder het EVRM te toetsen.
Concreet betekent dit dat klagers eerst moeten aantonen dat zij rechtstreeks en persoonlijk getroffen zijn en dat nationale rechtsmiddelen uitgeput of inadequaat zijn, voordat het Hof de kern van een klimaatclaim in behandeling neemt. De uitspraak bevestigt daarmee de beperkingen van het EHRM bij het opleggen van beleidskeuzes aan staten, maar houdt vast aan een toetsingskader waarmee toekomstige klimaatprocedures worden beoordeeld. Voor klimaatactivisten en advocaten is de zaak een reminder dat procedurele vereisten — vooral slachtofferstatus — doorslaggevend blijven bij klachten over klimaatbeleid.