Armlastig bedrijf heeft ook recht op toevoeging
In dit artikel:
Herman Loonstein bekritiseert dat vennootschappen onder firma (vof) en maatschappen geen recht hebben op een toevoeging voor rechtsbijstand. Al in 2011 wees hij in het Advocatenblad op een weeffout in het nieuwe griffierechtenstelsel: vof, commanditaire vennootschap en maatschap waren over het hoofd gezien. Op 8 juli 2011 besliste de Hoge Raad dat bij deze samenwerkingsvormen in civiele procedures het hogere griffierecht dat normaal voor rechtspersonen geldt, in rekening kan worden gebracht. Die uitspraak vloeide voort uit een zaak waarin een maatschap bezwaar maakte tegen het geheven griffierecht; de Hoge Raad vond dat een redelijke wetsuitleg rechtvaardigt dat voor een maatschap het hoge tarief geldt en niet het lagere tarief voor natuurlijke personen. De praktische consequentie is dat kleine samenwerkingsverbanden financieel zwaarder worden belast en vaak geen toegang krijgen tot de toevoeging (gesubsidieerde rechtsbijstand), wat vragen oproept over de toegankelijkheid van de rechtsgang voor dergelijke ondernemingsvormen.