Advocaat twaalf weken geschorst wegens laten procederen van geschrapte collega
In dit artikel:
De Raad van Discipline Arnhem‑Leeuwarden heeft een advocaat uit Noord‑Nederland onvoorwaardelijk geschorst voor twaalf weken omdat zij drie zaken feitelijk door een van het tableau geschrapte ex‑advocaat liet afhandelen. Uit onderzoek bleek dat processtukken een voettekst bevatten en communicatie van de ex‑advocaat, mr. J., waaruit bleek dat hij de behandeling voerde, terwijl verweerster alleen als procesadvocaat werd vermeld. Mr. J. was op 7 juni 2024 van het tableau geschrapt wegens herhaald en ernstig plegen in strijd met kernwaarden als deskundigheid en onafhankelijkheid.
De deken stelde dat daarmee gedragsregel 14 (de advocaat draagt de volle verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de opdracht) werd geschonden. Verweerster betoogde dat samenwerking met niet‑advocaten is toegestaan en dat mr. J. slechts ondersteunende werkzaamheden verrichtte, maar zij kon dit niet onderbouwen met bijvoorbeeld urenspecificaties, declaraties of conceptstukken. De raad vond de combinatie van dossierstukken, gebruikte briefhoofden en de communicatie van mr. J. voldoende bewijs dat zij geen inhoudelijke werkzaamheden verrichtte en de volledige verantwoordelijkheid had verzaakt. Daarmee is ook artikel 46 van de Advocatenwet en de kernwaarden integriteit, onafhankelijkheid en deskundigheid geschonden.
Bij de strafweging speelde haar eerdere tuchtrechtelijke verleden mee: twee eerdere (voorwaardelijke) schorsingen in 2018 en maart 2024. Omdat zij bovendien het verwijtbare karakter van haar handelen ontkent, vond de raad alleen een onvoorwaardelijke schorsing passend. De maatregel vangt vier weken na onherroepelijkheid aan, sluit aan op eerdere onherroepelijke schorsingen en wordt niet ten uitvoer gelegd zolang zij niet op het tableau staat. Daarnaast is zij veroordeeld tot betaling van €1.250 aan proceskosten aan de Nederlandse Orde van Advocaten.
Context: samenwerking met niet‑advocaten is niet per se verboden, maar mag niet leiden tot uitholling van de professionele verantwoordelijkheid en de waarborging van cliëntenbelangen.