Advocaat onder vuur na verwijzing naar fictieve jurisprudentie

vrijdag, 10 april 2026 (10:57) - Advocatie.nl

In dit artikel:

In een aandeelhoudersgeschil over een Scheveningse rederij bij de Ondernemingskamer verwees de advocaat van de minderheidsaandeelhouder in het verzoekschrift naar jurisprudentie die niet bleek te bestaan. Rechters bekritiseerden het stuk omdat het onjuiste feiten bevatte, eenzijdig beeld gaf van de rol van de cliënt en niet voldeed aan de verplichting om feiten volledig en waarheidsgetrouw aan te voeren. Tijdens de zitting kon de advocaat geen overtuigende toelichting geven op de aangehaalde uitspraken.

De tegenpartij bracht naar voren dat er mogelijk oneigenlijk gebruik van AI was gemaakt; pogingen om foutieve verwijzingen te corrigeren leidden volgens het FD tot nieuwe, eveneens niet-bestaande uitspraken met afwijkende ECLI‑nummers. Ondanks de fouten liep de behandeling door en eindigde de zaak in een schikking.

Toezichthouders registreren dit jaar meerdere meldingen van onjuiste AI-toepassing door advocaten. Eerdere zaken leidden al tot tuchtrechtelijke waarschuwingen en verplichting tot nascholing voor enkele advocaten. De verantwoordelijkheid voor de inhoud van processtukken blijft volledig bij de advocaat: AI mag een hulpmiddel zijn, maar uitspraken, verwijzingen en feiten moeten kritisch worden geverifieerd. De incidenten roepen zorgen op over reputatieschade en het vertrouwen in juridische praktijken, en kunnen aanzetten tot vaker schikken om openbare publicatie van fouten te vermijden.