€ 82.158 verbeurd door geld te verzwijgen bij scheiding

vrijdag, 9 oktober 2026 (11:16) - Advocaten.nl

In dit artikel:

De Rechtbank Den Haag heeft bepaald dat een vrouw € 82.158,70 volledig moet afstaan aan haar ex-partner. Zij nam dit bedrag tussen oktober en december 2024 contant op van twee gezamenlijke bankrekeningen, kort voordat hun geregistreerde partnerschap werd ontbonden.

De partners waren in 2015 zonder partnerschapsvoorwaarden een geregistreerd partnerschap aangegaan. Daardoor viel hun vermogen in een algehele gemeenschap van goederen, die bij de ontbinding in beginsel gelijk moest worden verdeeld. De vrouw stelde dat zij ongeveer € 67.000 in twee maanden had uitgegeven aan onder meer kleding, horeca, hotels, verzorging, uitstapjes, huishoudelijke kosten en uitgaven voor de kinderen. Ook zei zij geld veilig te hebben gesteld, waaronder een privé ontvangen schenking.

Zij gaf echter geen bonnetjes, facturen, reserveringen, bankafschriften of andere bewijsstukken. De rechtbank vond het bovendien niet aannemelijk dat vrijwel het gehele bedrag in zo’n korte periode aan consumptieve uitgaven was besteed. Daarom concludeerde de rechtbank dat de vrouw het geld opzettelijk had verborgen. Op grond van artikel 3:194 lid 2 BW verbeurde zij daardoor niet alleen haar helft, maar het volledige bedrag aan de man.

De beslissing, uitgesproken op 26 augustus 2026 en gepubliceerd op 2 oktober 2026, maakt deel uit van een bredere procedure over onder meer de woning, bankrekeningen, ondernemingen, auto’s, kinderalimentatie en de zorgregeling. De zaak onderstreept dat partijen bij een vermogensverdeling volledige openheid moeten geven en grote uitgaven met documenten moeten kunnen onderbouwen. De wettelijke sanctie geldt overigens alleen bij opzettelijk verzwijgen; een gewone administratieve vergissing is daarvoor niet genoeg.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Tina Nijkamp: 'Ik erger me eraan dat Angela de Jong dit blijft volhouden'